Onbezonnen

Het moeilijk doen over eten heeft me afgelopen weekend weer parten gespeeld. Ik was vertrokken voor enkele dagen bezinning. Of retraite of persoonlijke groei. Noem het zoals je wil, als het kind maar een naam heeft. Ik was dus vertrokken op 'retraite'. 

En had ik een paar dagen eerder er nog veel zin in, de dag van het vertrek zelf was dat al minder. De avond voordien was ik op mijn eentje naar een optreden geweest en had me daar heel opgelaten en eenzaam gevoeld, er te veel geld uitgegeven aan twee glazen - niet-lekkere en me niet-smakende - witte wijn, om al na een paar nummers te beslissen dat ik de loeiharde muziek eigenlijk gedateerd vond en bovendien helemaal mijn smaak niet. Ik heb dus vrij vlug het concert verlaten. En ja, ik was daar van 'gepakt'; wat een avond entertainment had moeten zijn, werd een teleurstelling, een pijnlijke confrontatie met mijn alleen zijn en het had effect op mijn gemoed.

Nog in die stemming vertrok ik naar het Antwerpse, naar een voormalig klooster waar de cursus lichaamswerk zou plaatsvinden. Al onmiddellijk bij aankomst op de locatie voelde ik me er niet goed. Dat had zeker en vast te maken met mijn neerwaartse stemming, maar ook met de (naar mijn aanvoelen) muf christelijke vibe van de plaats. Ik kreeg een kamer ingericht met afgeleefde meubelen, waaronder een ziekenhuisbed en bijhorend -kastje; het andere eenpersoonsbed bood uitzicht op een kruisbeeld met een gepijnigd kijkende jezusfiguur en een afbeelding van Maria. Keek ik de andere kant uit, dan zag ik een dikke bijbel liggen op de tafel. 

Het was geen rustgevende omgeving, althans toch niet voor mij. En de buizen van de centrale verwarming die een ganse nacht geluid bleven maken, deden er bijkomend geen deugd aan. Het gevolg? Dat ik moe en met hoofdpijn aan de ontbijttafel zat, in een kale refterzaal, met een sober ontbijtbuffet. Om dan na afloop van dat ontbijt te vernemen dat we na elke maaltijd zelf de afwas moesten doen. Dat was eventjes een onverwachte verrassing. Misschien kinderachtig van me, maar ik was er niet blij mee. Het stoorde me dat dit niet op voorhand gecommuniceerd was. Maar goed, op zich hoefde dat geen onoverkomelijk drama te zijn voor een geslaagd verblijf. Dacht ik. 

Het zal denkelijk wel aan mijn ingesteldheid gelegen hebben, maar de rest van de eerste cursusdag werd het niet beter. Ik had moeite met de omgeving, met de cursusleider, met de groep, met de inhoud van de cursus. Tegen het middaguur aan was ik al behoorlijk over mijn toeren. Het vooruitzicht om vijf dagen lang in dat gezelschap te verkeren en daarbij drie keer per dag weeïg ruikend grootkeukeneten voorgeschoteld te krijgen werd me te veel. Direct na het middageten heb ik de cursusleider al aangesproken dat ik me niet OK voelde en een verlangen had om naar huis te gaan. Ik werd uitgenodigd om het nog een kans te geven. En dat deed ik, het kunnen uiten van mijn gewrongenheid had me opgelucht. Dacht ik. 

Ik heb het de tweede dag echter alsnog opgegeven. Ik had een overweldigend gevoel dat ik niet bij die mensen wou zijn, dat ik niet samen met hen de cursus wou beleven, ik wou hen niet leren kennen, ik wou niet samen met hen eten, niet samen met hen de afwas doen... En dat zal weinig aan hen gelegen hebben, maar voornamelijk (of eigenlijk enkel en alleen) aan mezelf. 

Dus nu ben ik terug thuis. Niet-bezonnen, wel heel opgelucht en in de wetenschap dat ik voortaan terug kan eten wat en hoe ik wil, op mijn eentje. Afwassen doe ik nu weer, zoals gewoonlijk, een keer per dag. 

Conclusie? Ik moet voortaan beter rekening houden met dat soort zaken (maaltijden, groepsmomenten) als ik nog eens iets dergelijks wil doen. Ik moet erkennen dat ik daarin een beperking heb.

Reacties