Kroniek van een niet-aangekondigd einde
Eergisteren serveerde ik de boyfriend mijn lievelingsontbijt: American pancakes met karamelsaus en met van hun velletje ontdane sinaasappelpartjes.
Toevallig had ik een paar dagen geleden op het werk met iemand gesproken over een dergelijke maaltijd. Een beetje small talk eigenlijk, het is niet mijn specialiteit, maar bon. Een diëtiste aldaar vertelde me toen dat dit zeker een volwaardig ontbijt is, nog voedzamer zelfs als ik wat extra eiwitten zou kunnen toevoegen, bijvoorbeeld in de vorm van een glas yoghurt. Dus deed ik dat en plaatste ik naast zijn en naast mijn bord nog een glas paarsige bosvruchtenyoghurt. De boyfriend heeft niet de gewoonte van een ontbijt te nemen; de boyfriend heeft niet echt de gewoonte van veel te eten tout court, maar dat is dan weer een ander verhaal. Anyways... er bleef dus weer over. Ik had restjes pannenkoek en restjes appelsien.
Die heb ik opgegeten toen ik gisteren een beetje verdwaasd thuiskwam, we hadden twee dagen samen doorgebracht en ik was vermoeid geraakt door een tekort aan nachtrust en ik was verdrietig omdat ik die ochtend bevestigd had gehoord wat ik al een paar maand aanvoel. Namelijk dat ik 'niet goed genoeg' bevonden word. Alhoewel hij nadrukkelijk zegt dat dit niet waar is: "Jij bent wél goed genoeg, jij bent meer dan goed!", spreken zijn acties luider dan zijn woorden.
Hij houdt me gescheiden van de rest van zijn leven. Hij heeft een week-week regeling voor zijn zoon: de ene zaterdagmiddag gaat hij zijn veertienjarige zoon ophalen, de daaropvolgende zaterdag wordt de zoon terug opgehaald door de moeder. In de week dat de zoon er is, zie ik de boyfriend niet. Ik heb zijn zoon nog nooit ontmoet en waarschijnlijk weet die jongen zelfs niet dat ik besta. In het jaar dat we elkaar kennen, groeide het patroon dat de boyfriend meestal naar mij komt, ik ben nog maar een paar keer bij hem thuis geweest. Oorspronkelijk dacht ik daar niet te veel over na en vond ik het zelfs wel gemakkelijk zo, hij woont een redelijk eind van mij vandaan en zelf rijd ik niet met de auto.
Hij en zijn ouders wonen in hetzelfde gebouw. Aparte, gescheiden woningen, maar wel hetzelfde gebouw. Zijn ouders koken voor hem, elke avond gaat hij er eten, om 18 uur. Deze gewoonte ontstond toen zijn echtgenote hem tien jaar geleden plotsklaps verliet en hij verweesd en depressief achterbleef en in die staat moest zorgen voor zijn zoontje. Een voltijdse zorg dan nog wel, voor een klein kind dat niet kon begrijpen dat mama weg was. Maar nu, tien jaar later, gaat mijn vriend nog elke dag om 18 uur naar moeder en vader. Als die mensen eens een keer op uitstap gaan en dus geen eten voor hem voorzien, schiet hij bijna in paniek, doet hij hulpeloos of oververmoeid of lusteloos, soms lijkt hij zelfs lichtjes verontwaardigd. Soms vraagt hij dan of hij bij mij kan komen eten. Ik zeg altijd ja, omdat ik blij ben met de kans hem bij mij te hebben. Dat de feitelijke aanleiding van zijn verschijnen me dan eigenlijk kwetst en pijn doet, dat heb ik elke keer al genegeerd en heb ik nog nooit tegen hem uitgesproken. Tot gisteren dan.
Toen zei ik, wat terloops en middenin een andere uitleg, dat het lijkt alsof ik alleen maar bij hem op bezoek kan komen als zij weg zijn, dat ze precies niet mogen weten dat ik er ben en dat ik daardoor een gevoel krijg van niet goed genoeg te zijn. Het was een gedreven uitleg die ik als antwoord kreeg. Dat hij me bewust weg houdt van zijn moeder, want dat die zich zou beginnen moeien en voortdurend tegen hem zou zeggen dat hij beter met mij zou stoppen en dat hij beter iemand anders zou zoeken en... en... en weet ik veel wat nog. Het is me in elk geval nu zeer duidelijk dat de moeder (noch de vader uiteraard) niet, of toch al zeker niet op korte termijn, verteld gaat worden dat haar zoon een vriendin heeft. Waardoor natuurlijk ook zijn zoon niet op de hoogte kan gebracht worden van mijn bestaan. Waardoor we vast blijven zitten in dit verhaal van elkaar enkel om de twee weken een middag of avond of, hoogst uitzonderlijk als'tgodeensbelieft, een volledige dag te kunnen zien.
Mijn stille verwachting dat er in de vakantieperiode wellicht wat meer tijd zou zijn voor 'ons', was nog voor dit gesprek al weggevallen. Ik bladerde in een vakantiecatalogus, met de intentie om eventueel ergens een paar dagen een hotelkamer of een huisje te huren. Voor mij alleen dan. Ik had er eigenlijk nog niet bij stilgestaan dat we dit misschien samen zouden kunnen doen. Ik las hem iets voor, met de prijs en de voorwaarden. Toen zei hij: "Ha, dat zouden we wel kunnen doen". Mijn hart maakte een klein sprongetje en ik zei plagend: "We?". Maar het antwoord was een kouwe douche, de 'we' die hij bedoelde was hij en zijn zoon. Ik verloor er onmiddellijk zo goed als alle energie door.
Een beetje na de middag bracht hij me naar het station, want om 13 uur moest de zoon opgehaald worden.
In de trein naar huis heb ik geweend omwille van de uitzichtloosheid van deze situatie. Op mijn koelkast thuis hangt een papiertje waarop geschreven staat 'Maak er een prioriteit van om je te omringen met personen of zaken die je er aan herinneren dat je goed genoeg bent'. Ik las het nog eens toen ik de koelkast opende om er mijn eenzame snack uit te nemen. Je weet wel, de pannenkoekjes met sinaas.
Reacties
Een reactie posten